Blog van Ivo de Jong

09.09.2016

De week was weer vol van Schiedam. Zondag dienst met veel voorbereiding en een prachtig lied van Hjalmar; maandag plus dinsdagochtend de lezing voorbereiden; dinsdagmiddag vergadering bestuur het Henk en de Damesledenbond, daarna soundcheck en beamerproef met Aad; die avond de startlezing over ‘De hemel zien in de modderplas’.

Vrijdag, vandaag, was de dag van bezoeken: Ans, Klaas, en Leny. Vanavond wilde ik deze eerste blog schrijven. Natuurlijk schrijf ik niets over de huisbezoeken; dit blog gaat over de tussenliggende periode, over mijn fietsreis.

Het weer was weer prachtig vandaag, dus besloot ik toch maar te gaan fietsen. Achteraf heb ik daar geen spijt van, maar als ik vooraf had beseft waar ik helemaal heen moest, had ik me vast bedacht.

Zo heb ik anderhalf uur gedaan over de tocht naar Ans, omdat ik verdwaalde. Onderweg kwam ik door het Beatrixpark en daar ergens hoorde ik moeders zingen: “Schaapje, schaapje wat heb je mooie wol..”, en ik viel in: “Ja baas, ja baas, drie zakken vol..”. Toen ik de hoek om fietste, zag ik tot mijn stomme verbazing: Twee hoofddoekjes, moeder en oma. Ze trokken een bolderkar vol kinderen. Dat had ik niet verwacht. We hebben het liedje samen uitgezongen en ik verwonderde me er over hoe Nederlands deze Turkse vrouwen waren.

Toen ik van Ans naar Barneys (Havenkade) fietste gebeurde het volgende wondertje. Dit heette; Nekola. De broers Nekola en Loayi Najma zijn mijn Syrische vluchtelingen (ze zijn al een paar keer in onze kerk geweest). Nekola had het hier het zwaarst. Hij had zijn vrouw en drie jonge kinderen achter moeten laten en was loodzwaar van de heimwee en de zorgen.

Inmiddels zijn we een jaar verder, en: onlangs heeft zijn familie toestemming gekregen. Dinsdag komen ze op Schiphol. “Halleluja!”, riep ik door de telefoon: “Amen, Amen!”, riep hij terug.

Dat was verleden maandag. Op deze vrijdag liep ik hem tegen het lijf en hij eiste bijna dat ik met hem meeging naar huis (lekker eten, altijd klaar), alleen: ik had al een afspraak. Maar wat ben ik gelukkig om hem..! En Schiedam heeft het allemaal maar goed geregeld; alles staat al klaar, inclusief een bedje voor zijn zoon van anderhalf.

Fiets ik vrolijk verder, kom ik aan op de kruising Vlaardingerdijk – Westfrankenlandsedijk, bij het stoplicht. Staat er een scootertje te ronken met een gitzwarte kerel, gouden tand en rood petje – waarop ik lees “Boss on Board”. “Hi Boss”, groet ik. Hij draait zich een beetje verstoord naar mij om, en antwoordt: “Ben jij ook een boss soms”. Ik: “Neenee, nou, ja, ik ben een herder, een dominee”.

Doet hij zijn petje af, stopt de scooter en zegt: “Maar dat is nog veel belangrijker! Moeilijk beroep, lijkt me.. U bent dus een dienaar van de Allerhoogste!?” “Maar jij toch ook,” hoor ik mezelf zeggen. Hij: “Maar om er je beroep van te maken, dat lijkt mij kei-zwaar, hoor, die weg naar God is wel heel erg stijl..”. Toen vielen we alletwee stil, en het stoplicht was voor de derde keer op groen gesprongen.

Aan de andere kant zei ik: “Mijn zegen heb jij, goede man!” Waarop hij mij lachend toeriep: “En U de mijne, man van God!”.

Kijk en dat allemaal had ik nooit mee gemaakt als ik in mijn Volkswagen van A via B naar C en terug naar R gegaan was. Soms is het of iets als God je zomaar wat groetjes, schouderklopjes of knipoogjes geeft onderweg. Soms lijkt mijn pad een weg langs een modderplas die ik zo snel mogelijk voorbij fietsen wil, maar kijk ik beter: dan kan ik de zon in het water zien glinsteren.

En van het herbeleven van vandaag ben ik opnieuw: dankbaar.

Ivo